Molens

Friese molens, het geluid van wind, water en krakend hout

Al eeuwenlang laten molenaars in Friesland de polder-, hout- en korenmolens draaien. Inmiddels is het eeuwenoude ambacht door de Unesco erkend als ‘Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid’. Stichting de Fryske Mole en het Gild Fryske Mounders zijn met die erkenning zeer in hun nopjes.
Spant Stichting De Fryske Mole zich in om er voor te zorgen dat de oude molens voor het nageslacht en het Friese landschap bewaard blijven, het Gild zorgt er voor dat er molenaars blijven die weten hoe de molens bediend moeten worden en blijven draaien.
Verspreid over heel Friesland staan vijftien lesmolens waarop negentien leermeesters steeds weer nieuwe molenaars opleiden voor het vak, vrijwillig molenaar.

Het heeft net geregend. De lucht is grauwgrijs en het waait. Het liefst blijf je met dit weer binnen met een kop koffie bij de verwarming. Maar niet iedereen denkt er zo over. Bij de Skalsumer Mole wacht Durk Piersma (77)(foto), de molenaar van de ruim tweehonderd jaar oude poldermolen.
Piersma geniet van het weer, want dit windje maakt dat zijn molen prachtig draaien kan. Daarvoor hoeft hij deze keer zelf weinig te doen. Als leermeester houdt hij enkel een oogje in het zeil wanneer molenaarleerling René (58) het zeil voor legt. Daarbij klimt René vlot in de wieken om ze alle vier in te spannen.
Ook Paul (20) is op de molen. Paul is een oud-leerling van Durk en na zijn examen van enkele weken geleden gediplomeerd molenaar. Op zijn zestiende bezocht hij met zijn opa en oma een standaardmolen en werd onmiddellijk met het molenvirus besmet. De molenaar bracht hem in contact met Durk, en vanuit Leeuwarden kwam Paul iedere zaterdag op de fiets of met de bus naar de lesmolen in Schalsum om het ambacht te leren.

Leermeester Durk constateert met genoegen dat er op dit moment veel jonge mensen de opleiding bij het Gild Fryske Mounders volgen. In achttien maanden moeten de molenaars in spe minimaal 180 uren praktijkervaring opdoen en theorie tot zich nemen. Daarbij moeten ze onder meer al de verschillende onderdelen van de Friese molens kennen en het weer kunnen lezen. Daarnaast moeten ze ook praktisch vaardig worden en een molen op de wind kunnen kruien, de ‘vang’ (remconstructie) bedienen of bij een noodstop binnen één minuut een vol zeil kunnen ‘klampen’ (oprollen en vastzetten).

Een noodstop is vandaag niet nodig. Rustig draaien de wieken hun rondjes. Bovenin de molen brengt de bovenas via reusachtige tandwielen de spil in beweging. Binnen hoor en zie je het wanneer de wind aanzet en de spil harder laat draaien. De windkracht brengt een enorme metalen vijzel in beweging die het water kuub na kuub uit de Grote Schalsumerpolder pompt.

Met alles onder controle is er tijd voor thee. Daglicht valt door een klein venster naar binnen. In het schemerdonker zitten de mannen samen, luisterend naar elkaars verhalen, het geluid van de wind, water en krakend hout.
Wie geen weet heeft van molens zou zich zorgen kunnen maken over dat krakend hout. Durk Piersma niet. Voor hem klinkt het als muziek in de oren. ‘Deze molen is al in 1801 gebouwd en eigendom van Stichting De Fryske Mole. Hij staat er prachtig bij. Die geluiden horen er bij, deze molen leeft.’

Post Author: admin